DEMOSTHENES


HARDNEKKIGE ZWARTE VLEKKEN. (De Standaard 13/7/2020)



Dat niet alle Vlamingen 11 juli willen vieren, komt volgens Marc Van de Looverbosch omdat de symbolen ervan gekaapt zijn door (extreem)rechts.
Oud-Wetstraatjournalist Marc Van de Looverbosch.


Waarom wij het minst patriottische volk van Europa zijn, is een onopgeloste vraag die Joren Vermeersch terecht stelt in zijn opiniestuk (DS 11 juli). Tot zover kan ik de historicus en toekomstige huisideoloog van de N-VA helemaal volgen. Volgens hem komt dat omdat we ‘individualistisch en particularistisch’ zijn (dat zijn veel Europeanen) en omdat eeuwen van buitenlandse overheersing ons sceptisch hebben gemaakt voor concepten als gemeenschap en natie. Dat gevoel leeft bij mij niet.


Er rust een smet op 11 juli omdat de symbolen ervan al decennialang gekaapt zijn door (extreem)rechts. De Vlaamse Beweging draagt een erfzonde mee, die van de collaboratie. ‘Overtuigde Vlamingen’ van Verdinaso, VNV, DeVlag en alle andere organisaties hebben zonder verpinken mee gemarcheerd in de fascistische ideologie van Hitler. Overtuigd in een vlaag van waanzin dat ze daarmee eindelijk de Vlaamse staat zouden kunnen realiseren. Vlaanderen onafhankelijk in het Derde Rijk? Het zou een Vlaamse fascistische dictatuur zijn geweest. Dank u daarvoor.


De Canvas-reeksen De kinderen van de collaboratie en De kinderen van de Holocaust hebben ons opnieuw met de neus op de feiten geduwd. Gedaan met de mythe van de ‘misleide idealisten’ die voor Vlaanderen vochten en die amnestie verdienden na de zogenaamde harde repressie na de Tweede Wereldoorlog. Het waren wel degelijk ‘brave flaminganten’ die Joden hebben mishandeld en vermoord, of beulen waren in Breendonk, de Dossin¬kazerne of nog erger. En het waren geen goedgelovige pastoors die opriepen om aan het oostfront te gaan vechten tegen het goddeloze bolsjewisme. Het waren haatpredikers.


We hebben veel bijgeleerd. En toch zijn er in sommige Vlaamse kringen nog altijd mensen die dwepen met figuren als Staf De Clercq, August Borms, Cyriel Verschaeve (de lijst is langer) als grote voorbeelden in de geschiedenis van de Vlaamse Beweging. Als wat? Als overtuigde fascisten, antisemieten of gevaarlijke idioten die hun volk misleid hebben? 75 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog was 11 juli een uitstekend moment om daarbij stil te staan.


Vlaanderen onafhankelijk?


In dezelfde weekendkrant zegt uitgever en historicus Karl Drabbe dat Vlaams Belang en de N-VA in 2024 gerust de Vlaamse onafhankelijkheid mogen uitroepen (DS 11 juli). Politiek gezien heeft hij gelijk. Alleen die twee partijen zijn in staat om dat te doen en daarvoor een meerderheid te vormen die ze nu nog niet hebben (samen 43 procent van de stemmen in 2019).


Dat betekent dat die Vlaamse staat er uitsluitend kan komen door de steun van extreem of radicaal-rechts, want alle andere partijen zullen nooit zover willen gaan. Dan is de politieke en morele prijs wel heel hoog. Is dat het autonome Vlaanderen dat we willen? Onder curatele van Vlaams Belang, dat allesbehalve een toonbeeld is van verbondenheid onder de Vlamingen? Wordt het uitroepen van de republiek de nieuwe feestdag van Vlaanderen?Toegegeven, misschien ben ik wat somber gestemd, maar al die overwegingen maken dat ik zaterdag niet in feeststemming verkeerde, laat staan dat ik de vlag zou uithangen.


Overigens, die andere mythe van 11 juli is in het boek De Bourgondiërs van Bart Van Loo netjes doorgeprikt. tachtig jaar na de Guldensporenslag liet hertog van Bourgondië Filips de Stoute de stadsmilities van Filips Van Artevelde in de pan hakken en Kortrijk in de as leggen. Daarna namen de Fransen hun 500 gulden sporen weer vrolijk mee naar huis.


Marc van de Looverbosch 13 juli 2020.


VAN DE ENE CRISIS IN DE ANDERE.  25 mei 2020


Verkeert dit land 1 jaar na de verkiezingen in crisis? Zeker als we het over covid-19 hebben; ongezien. Maar wat met de politieke crisis? Moeten we ons daar zorgen over maken? Ja, maar het is niet de eerste keer in de recente geschiedenis dat regeringen op de rand van de afgrond balanceren. Even het collectieve geheugen opfrissen.


Het brokkenparcours van Leterme.


Neem nu de verkiezingen van 10 juni 2007 na 8 jaar premier Verhofstadt. Yves Leterme, de nieuwe wonderboy van de Wetstraat, piekt met 800.000 voorkeurstemmen in het kartel CD&V/N-VA (ter ziele gegaan). Hij belandt in uitzichtloze onderhandelingen met de Franstaligen en mislukt 2 keer als formateur. Eind 2007 lijkt het zo erg dat Koning Albert II aan ontslagnemend premier Verhofstadt vraagt om een interim-regering op poten te zetten. Het duurt dan nog tot 20 maart 2008 vooraleer Leterme zelf premier kan worden. Amper enkele maanden later op 14 juli biedt hij een eerste keer zijn ontslag aan en op 19 december volgt een tweede definitief ontslag. Het kartel CD&V/N-VA is dan al opgebroken en na de bankencrisis is het de omstreden verkoop van de Fortisbank die Leterme de das omdoet.


Dan volgt er een jaar van rustige vastheid met Herman Van Rompuy tot die op 25 november 2009 naar Europa verkast en Leterme opnieuw premier wordt. Dat premierschap duurt welgeteld 5 maanden want op 26 april 2010 struikelt Leterme opnieuw dit keer over de splitsing van BHV. De daaropvolgende vervroegde verkiezingen van 13 juni luiden het begin in van de langste politieke crisis tot nu toe.


541 dagen crisis.


De twee grote winnaars van die verkiezingen N-VA en PS blijken niet in staat om een compromis te vinden en het zal duren tot CD&V op 21 juli 2011 N-VA laat vallen en resoluut kiest voor een regering met socialisten en liberalen. Die pas op 6 december 2011 het licht zal zien als premier Di Rupo de eed aflegt. Ontslagnemend premier Leterme verdwijnt dan definitief uit de Wetstraat.


Terugblikkend tussen juni 2007 en december 2011, grofweg 4 en een half jaar, kunnen we spreken over 1 jaar stabiliteit met premier Van Rompuy. Tijdens alle andere maanden van die periode was de crisis nooit ver weg.


7 jaar relatieve rust.


Di Rupo mag dan nog tot aan de verkiezingen van 25 mei 2014 premier spelen (2,5 jaar) tot hij wordt afgelost door premier Charles Michel op 11 oktober 2014. N-VA de grootste partij van het land zet het communautaire in de diepvries en de Zweedse coalitie (N-VA, CD&V en de liberalen) is geboren. Die onuitgegeven regering houdt stand tot 9 december 2018 wanneer N-VA de coalitie opblaast met het

VN-migratiepact (Marrakeshpact).


Tellen we die twee regeerperiodes samen -Di Rupo en Michel- dan hebben we in België 7 jaar gekend zonder grote of langdurige politieke crisis.


Instabiliteit sinds eind 2018.


Vanaf eind 2018 belanden we echter opnieuw in de instabiliteit. Michel heeft geen meerderheid meer en belandt na ontslag in lopende zaken. De verkiezingen van een jaar geleden brengen daar geen verandering in. Bovendien verhuist Michel op 27 oktober 2019 naar Europa en wordt hij opgevolgd door Sophie Wilmès.


Intussen heeft de Koning 10 mensen het veld ingestuurd om de politieke crisis te ontmijnen tot het coronavirus de Wetstraat op 17 maart 2020 zover krijgt om een (tijdelijke) volmachtenregering in het zadel te hijsen. Daardoor lijkt het alsof we een volwaardige regering hebben maar iedereen beseft dat het slechts schijn is en dat de crisis achter de schermen onverminderd voortwoedt.


Als we sinds 9 december 2018 het aantal dagen tellen dat we zonder echte regering met een volwaardige meerderheid zitten, komen we al dicht in de buurt van de legendarische 541 dagen crisis uit 2010-2011. Op 26 mei 2020 zijn het er welgeteld 534. Dat is mijn interpretatie; officieel begint de telling pas te lopen vanaf de dag van de verkiezingen.


Stel dat we in september nog geen nieuwe regering hebben en er volgen nieuwe verkiezingen dan kan het hele spektakel weer van voren af aan herbeginnen. Aan hoeveel dagen chronische crisis zullen we dan geraken?  


Marc Van de Looverbosch. 25 mei 2020.

 




8 MEI 1945 / 8 MEI 2020



Ik ben diep ontgoocheld. Ontgoocheld omdat dit land, ons land, zo bitter weinig gedaan heeft om het officiële einde van de tweede wereldoorlog te herdenken. Wat een contrast met twee jaar geleden toen we 100 jaar einde van de eerste wereldoorlog vierden met grootste herdenkingen, massaspektakels en tentoonstellingen. 


Gisteren hebben we nauwelijks iets gehoord of gezien. Ja, in de journaals een kort itempje over de ingeperkte plechtigheid aan het graf van de Onbekende Soldaat in Brussel. Met een zwijgende koning en premier. Ook vanuit alle andere regeringen die ons land rijk is bleef het ijzig stil.


Nederland en Groot-Brittannië. 


Wat een contrast met wat er in Nederland gebeurde enkele dagen geleden. Koning Willem-Alexander die op indrukwekkende wijze op een verlaten Dam in Amsterdam het volk toesprak en zelfs de schaduwzijde van het Huis van Oranje tijdens WO II niet verzweeg. We zien het onze koning Filip nog niet doen over de rol van zijn grootvader koning Leopold III.


Wat een contrast met Groot-Brittannië gisteravond waar de BBC alles uit de kast haalde om de VE-Day in herinnering te brengen met ontroerende getuigenissen en archiefbeelden. Met een muzikale performance in complete lockdown door de beste artiesten uit het Verenigd Koninkrijk. Waar Queen Elisabeth hoogst uitzonderlijk het volk toesprak, verwijzend naar de historische woorden van haar vader King George VI en Winston Churchill “Never give up, never despair”. Ze was er immers zelf bij op 8 mei 1945.


Waar blijft ons land?


Wat een contrast met wat we te zien kregen op onze openbare omroep VRT. Om 23 uur zong Selah Sue “We’ll meet again” op Eén en de rest van het miniconcert werd verbannen naar de digitale platformen. Gelukkig was er nog het lastminute initiatief van het War Heritage Instituut en Arnaut Hauben (de bevrijding van Vlaanderen) om een kaarsje te branden voor onze helden van toen. Gelukkig was er ook aandacht in duidingsprogramma’s allerhande en hebben we op Canvas de ontluisterende reeks gekregen ‘De kinderen van de collaboratie, van het verzet, van de holocaust’.


Al die aandacht die er nu is voor de tweede wereldoorlog had kunnen culmineren in een groots opgezet herdenkingsmoment op 8 mei 2020. Wat een gemiste kans voor onze politieke leiders en voor de openbare omroep om de handen in mekaar te slaan en -zelfs in coronatijden- het beste van zichzelf te geven. Als dat in het buitenland kan, waarom dan niet bij ons? Zijn we te vlug tevreden over onszelf? Of hebben we schrik van het trauma van ons onverwerkt verleden, zwevend tussen collaboratie en verzet? Na 75 jaar wordt het tijd om daarmee in het reine te komen en het stilzwijgen te doorbreken. Binnenkort leeft geen enkele getuige meer! 


Oproep.


Ik steun dan ook volmondig de oproep van mijn rector Herman Van Goethem (UA) om van 8 mei weer een nationale herdenkingsdag te maken (afgeschaft in 1974) als herinnering aan de gruwelen van de tweede wereldoorlog. Als eerbetoon aan die hele generatie kinderen, ouders en grootouders die ons land uit het puin hebben heropgebouwd.


Marc Van de Looverbosch. 9/5/2020


 


HUMANIORA.  28/04/2020



Leren mens worden, is dat niet de volle betekenis van het begrip humaniora dat nog altijd geldt als kwaliteitslabel voor het secundair onderwijs? En is het niet het ultieme doel van alle onderwijsvormen van kleuterklas tot universiteit om naast kennisoverdracht ook betere mensen klaar te stomen voor de samenleving?


Die bekommernis mis ik toch wel als ik vooral de toplaag van het onderwijsbeleid in Vlaanderen bezig hoor en zie. Zoveel nadruk leggen op pre-teaching of aanloopleren of hoe je het ook wil noemen. Zoveel schrik dat leerlingen achterstand oplopen. En dat is terecht voor een deel. Maar de krampachtigheid waarmee sommigen proberen die verloren maanden in een ruk weer goed te maken, stuit tegen de borst.


Krampachtigheid.


Aanvaard toch dat we in een ongewone situatie zitten. Aanvaard dat verlies daarbij hoort. Zoals in zoveel andere sectoren van de samenleving waar mensen verlies lijden: door tijdelijke werkloosheid, door dreigend faillissement, door dalende omzet. Economen spreken over recessie en depressie. Om maar te zwijgen over de depressies die in onze hoofden woekeren.


Stop die krampachtigheid waardoor de druk op leerlingen en hun ouders alleen maar groter wordt. En daar bovenop nog wat staan zwaaien met evaluaties, toetsen en examens alsof het een gewoon schooljaar betreft. Dit is geen gewoon schooljaar. Heel wat leerlingen staren zich suf op hun scherm waar ze overspoeld worden met kennis en videogesprekken. Of haken mentaal af omdat ze het niet helemaal begrijpen, bang zijn om ‘domme’ vragen te stellen of hun ouders niet kunnen inschakelen. De eenzaamheid is nog nooit zo groot geweest in een schoolcultuur die het bij uitstek moet hebben van contact, nabijheid, opvolging.


Een goed gesprek.


Kinderen, leerlingen, studenten snakken naar hun vrienden, vriendinnen en hun leraren. Als er plaats genoeg is en voldoende veiligheid mogen binnenkort enkele leerjaren weer beperkt naar school, zij zijn bij de gelukkigen. En blijft de rest stilletjes in z’n kot opgesloten. Dat is niet houdbaar. Iedereen zou desnoods in shiften, met beurtrollen en in veilige omstandigheden de kans moeten krijgen om even weer naar school te gaan. Al was het maar om een goed gesprek te hebben over hoe het met iedereen gaat, wat ze meegemaakt hebben, wat er goed en fout loopt. Dat ze leren wat het is om met onzekerheden en angsten om te gaan en niet alleen om wat grammatica in te halen of vierkantsvergelijkingen.


Ja, er zal kennis verloren gaan deze maanden. Maar ik ben er zeker van dat het onderwijsveld creatief genoeg is om dat op te lossen en te verwerken. Waar het nu op aankomt is de schoolgaande jeugd leren hoe ze zich als mens moeten gedragen in deze nieuwe situatie om daar als mens beter uit te komen. En ik ben er zeker van dat die humaniora bekommernis wél leeft bij de duizenden leraren en hun directies die dag na dag zichzelf moeten heruitvinden en het beste van zichzelf geven.


Marc Van de Looverbosch. 28/04/2020.





MEDEDOGEN. 19/04/2020


Mededogen, dat mooie woord dook deze week weer op uit de nevelen der geschiedenis in de krant De Standaard in een pleidooi voor een duurzaam zorgsysteem, bescherming van de kwetsbare mens en solidariteit.  Ondertekend door alle rectoren, verschillende academici, onder hen mijn achtbare stadsgenoten professor Peter Adriaenssens en professor Bea Cantillion, Bea met wie ik eeuwen geleden de opleiding sociologie heb gevolgd bij de Jezuïeten van Ufsia, nu Universiteit Antwerpen.


Het Mattheuseffect.


Een van onze grote mentoren daar was wijlen Professor Herman Deleeck, de man die voor het eerst het begrip ‘Mattheuseffect’ introduceerde om aan te tonen dat de voordelen van onze welvaartstaat meer terechtkomen bij de meer begoeden dan bij de minder begoeden. Verwijzend naar het evangelie volgens Mattheus, 13de hoofdstuk vers 12: “Aan diegene die heeft zal gegeven worden en wel overvloedig, maar aan diegene die niet heeft zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft.” Met andere woorden de sociale voorzieningen zijn niet rechtvaardig verdeeld.  Dat mededogen vinden we ook nog wat verder terug in datzelfde evangelie van Mattheus: de hongerigen spijzen, de dorstigen laven, de naakten kleden, de vreemdelingen herbergen, de zieken verzorgen, de gevangen bezoeken, de doden begraven. De zeven werken van barmhartigheid, de misericordiae nog zo’n prachtig woord.


Ons sociaal model.


Om het naar het hier en nu te vertalen: wie door de coronacrisis in de miserie zit heeft recht op mededogen om te beletten dat hele groepen uit de boot vallen. Gelukkig hebben we een sterk sociaal- en gezondheidssysteem, ook al heeft dat de voorbije jaren door blinde besparingsdrift averij opgelopen. De enige conclusie die we daaruit kunnen trekken is dat er opnieuw meer geld en meer mensen naar heel ons sociaal model moeten gaan. En dat we de sociale zekerheid niet per se moeten splitsen maar moeten hervormen, aanpassen aan de noden van deze tijd, moderniseren zodat het nog lang overeind kan blijven.


Retour du coeur.


Daar is mededogen voor nodig. Mededogen dat haaks staat op besparingen en efficiëntieoefeningen. Mededogen dat lijnrecht staat tegenover ondernemers die alleen maar denken aan the survival of the fittest. Een darwiniaanse economie is allesbehalve wat we nu nodig hebben. Er moet weer een hart komen in de economie, le retour du coeur noemen sommigen dat. En ik hoor u al denken, dat is links en progressief gezwets. Nee! Mededogen is per definitie eerder conservatief, het gaat erom het juiste en het goede te bewaren,’ conservare’, in ere herstellen. Eerbied hebben voor eeuwenoude waarden.


Want wat is de drijfveer van dat hele leger mensen dat nu onze zieken verzorgt en zich over ons ontfermt? Juist, barmhartigheid, naastenliefde en… mededogen.


Marc Van de Looverbosch. 19/04/2020.


BOULEVARD OF BROKEN DREAMS.  21/03/2020


We worden in deze droeve dagen overstelpt door analyses en reconstructies van het politiek theater dat de voorbije dagen is opgevoerd: woede, verontwaardiging, kwaadsprekerij, vals heldendom, dwaasheid, lafheid, kleinzieligheid …. vul maar aan naar believen.  De mislukking van een noodregering met N-VA en PS laat een bloedspoor na, het is een ‘boulevard of broken dreams’ geworden, een slagveld van gekwetste ego’s.


Het zij zo. De coronacrisis bood een unieke kans, de politiek heeft ze gemist. We kunnen daar blijven over treuren en zeuren maar dat helpt ons geen sikkepit vooruit. Met ons bedoel ik dan de bevolking die nu door diezelfde politici wordt opgeroepen om solidair te zijn, burgerzin te tonen en vertrouwen te hebben.  Drie levensbelangrijke waarden die partijleiders zelf schromelijk aan hun laarzen hebben gelapt.


Vertrouwen versus wantrouwen.


We hebben nu een krakkemikkige regering Wilmès die voor een van de grootste uitdagingen ooit staat in onze Belgische geschiedenis. En dan zie ik een premier die haar uiterste best doet, een Maggie De Block die in haar no-nonsense stijl de twee voeten op de grond houdt, een wedergeboren Pieter De Crem die helder communiceert, een Alexander De Croo die een gezonde logica volgt, een Nathalie Muylle die geruststellende steunmaatregelen afkondigt. Dat wekt vertrouwen, we slaan daar niet van in paniek.  Vertrouwen dat door enkele politieke partijen vertaald wordt in wantrouwen dat we in deze storm vooral niet nodig hebben. Ook in Vlaanderen kunnen we rekenen op de ploeg van Vlaams minister-president Jambon die met de terreuraanslagen van 2016 bewezen heeft dat hij een crisis kan managen.


Sommigen hebben eerder geroepen om een regering van experten. Wel, die hebben we nu in feite. Alle regeringen die ons land rijk is laten zich leiden en adviseren door de beste experts die we in voorraad heeft. Al die knappe koppen van professoren en topdokters wekken vertrouwen. En het is dan niet meer dan logisch dat de politici hun aanbevelingen omzetten in afdwingbare maatregelen. Dat er hier en daar al wel eens iets fout loopt, dat zal wel zeker? Het zijn geen goden, perfecte mensen bestaan niet. Wie kan voorspellen waar we over een week, een maand, een halfjaar, een jaar zullen staan?


Nationale Veiligheidsraad als model.


Wat ook vertrouwen wekt is de Nationale Veiligheidsraad. Als ik premier Wilmès draconische beslissingen hoor afkondigen, geflankeerd door de ministers-presidenten Jambon (Vl.), Di Rupo (Wal.), Vervoort (Bxl.), Jeholet (Fr. Gem.) en Paasch (Dui. Gem.), dan voel ik me gerust. Dat is misschien de voorafspiegeling van het nieuwe België: een federale regering gesteund door alle deelregeringen. Toegegeven, het lijkt sterk op een confederaal model. En het zit al ingebakken in onze staatsstructuur: in het overlegcomité kunnen alle regeringen van het land elke week hun ervaringen uitwisselen, maatregelen zoeken en een beleid voeren.


Of die federale regering Wilmès een minderheid of een meerderheid heeft, dat doet er even niet toe. Het allerbelangrijkste is dat in deze donkere uren beslissingen worden genomen die door iedereen gedragen worden: politiek, bedrijven, burgers. En dat ons veelgeprezen systeem van gezondheidzorg alles krijgt wat het nodig heeft om overeind te blijven.


En terwijl de regering Wimès met bijzondere machten werkt, kunnen de partijleiders hun wonden likken en nadenken over wat nog op ons afkomt: de gigantische factuur van de coronacrisis waarbij de hele wereldeconomie op een depressie afstevent. Dames en Heren Politici wees solidair, toon burgerzin en heb vertrouwen. Laat politieke moed en leiderschap zien om dit land door deze crisis te loodsen.


Marc van de Looverbosch 21 maart 2020.


ARTIKEL 35 HET EI VAN COLUMBUS? 6/3/2020


Ik was aangenaam verrast vanmorgen toen ik CD&V-vicepremier Koen Geens in De Ochtend hoorde pleiten voor het activeren van het beruchte artikel 35 van de Grondwet. Dat artikel zou voor een Copernicaanse omwenteling kunnen zorgen in het Belgische federaal model. Het kan op een relatief eenvoudige manier een volgende staatshervorming op poten zetten zonder veel grondwettelijk gemorrel.


Wat zegt artikel 35 dat sinds 1994 in de Grondwet staat?


"De federale overheid is slechts bevoegd voor de aangelegenheden die de Grondwet en de wetten, krachtens de Grondwet zelf uitgevaardigd, haar uitdrukkelijk toekennen. De gemeenschappen of de gewesten zijn, ieder wat hem betreft, bevoegd voor de overige aangelegenheden onder de voorwaarden en op de wijze bepaald door de wet. Deze wet moet worden aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid."
 

In gewone mensentaal (ik ben geen jurist): het volstaat om een lijst op te maken van alle bevoegdheden die exclusief worden toegewezen aan de federale staat en alles wat niet op die lijst staat gaat naar de deelstaten.

Geens somde een aantal mogelijkheden op: defensie, buitenlands beleid, pensioenen, werkloosheidsuitkeringen etc. En hij liet ook het woord ‘homogene bevoegdheidspakketten’ vallen.


VIJF RESOLUTIES


Dan is het interessant om even de “heilige” Vijf Resoluties van het Vlaams parlement van onder het stof te halen. Die al in 1999 zijn goedgekeurd door CVP, Volksunie, VLD en SP; Agalev onthield zich en Vlaams Blok heeft toen het parlement verlaten bij de stemming.


Die 5 resoluties (of aanbevelingen aan de regering) kort samengevat:

De eerste resolutie stelt een tweeledig staatsmodel voorop met twee volwaardige deelstaten - Vlaanderen en een Franstalige deelstaat - met daarnaast een specifiek statuut voor Brussel en de Duitstalige Gemeenschap. De solidariteit blijft behouden, maar moet gebaseerd zijn op objectieve, duidelijke en doorzichtige mechanismen en omkeerbaarheid.


De tweede resolutie gaat over de fiscale autonomie van de deelstaten. De bevoegdheid over de personenbelasting moet volledig overgedragen worden naar de regio's. Ze moeten ook de mogelijkheid krijgen om fiscale tegemoetkomingen in de vennootschapsbelasting toe te kennen.


De derde resolutie handelt over Brussel en kiest uitdrukkelijk voor de versterking van de band tussen de Brusselse Vlamingen en de Vlamingen in het Nederlandse taalgebied, met oog voor de specifieke realiteit in Brussel.


In de vierde resolutie, die gaat over homogene bevoegdheidspakketten, eist het Vlaams Parlement de bevoegdheden op voor een eigen gezondheids- en gezinsbeleid inbegrepen de financiering ervan, een eigen werkgelegenheidsbeleid met Vlaamse sociale akkoorden, het volledige wetenschaps- en technologiebeleid, de volledige buitenlandse handel, eigen telecommunicatiebeleid, spoorbeleid, statistiekdiensten, ontwikkelingssamenwerking, landbouw, tuinbouw en visserijbevoegdheden.

 

De vijfde resolutie handelt over een aantal specifieke aandachtspunten zoals bijvoorbeeld het respect voor het territorialiteitsbeginsel (indeling in vier taalgebieden), de betrokkenheid van de deelstaten bij de voordrachten van de hogere magistraten (Grondwettelijk Hof, de Raad van State, Rekenhof, ...).

(bron De Standaard)


Daar zijn later nog mobiliteit, politie en justitie aan toegevoegd. Een aantal van die aanbevelingen zijn gaandeweg al gerealiseerd, denk maar aan de uitbouw van de VDAB als onderdeel van een eigen Vlaams werkgelegenheidsbeleid, het welzijnsbeleid of recent na de 6de staatshervorming de kinderbijslag.


Maar iedereen voelt op z’n klompen aan dat er nog teveel versnippering is, denk maar aan klimaat, geluidsnormen of gezondheidsbeleid. Artikel 35 kan een vehikel zijn om die discussie voor eens en voor altijd te beslechten en de onvolkomenheden van de 6de staatshervorming weg te werken.


HET VLAAMS PARLEMENT IN ACTIE


Toegegeven, federaal zit alles in het slop (voorlopig). Maar waarom zou er dan van elders geen dynamiek op gang kunnen worden gebracht, bijvoorbeeld vanuit het Vlaams parlement? In het Vlaams regeerakkoord staat dat het parlement zou moeten nadenken over een staatshervorming. Vlaams minister-president Jambon heeft ook opgeroepen om een commissie in het leven te roepen die de volgende staatshervorming voorbereidt. Tot nu toe is daar door alle andere partijen lauw op gereageerd.


Dat is een gemiste kans in mijn ogen. Waarom zouden alle Vlaamse partijen (en los van hun Franstalige evenknieën of vrienden) niet aan tafel gaan om uit te zoeken hoe ze het eens kunnen raken over de toekomstige structuur van België zonder taboes of vooroordelen? Stel dat daar een nieuwe blauwdruk zou uitkomen dan kunnen de Vlaamse partijen daar eensgezind gaan over onderhandelen met de Franstalige partijen. Die hoeven dan geen schrik te hebben dat ze alleen moeten praten met separatistische partijen die een confederaal model willen opdringen, of nog erger.


Kortom, als het Vlaams parlement zoals het dat deed met de Vijf Resoluties een nieuw voorstel kan lanceren voor de staatshervorming, dan kan artikel 35 helpen om dat te realiseren. Misschien biedt het een uitweg om uit het federale moeras te geraken geleid door rationaliteit en niet door emoties.


Marc Van de Looverbosch. 6 maart 2020.

 



KAN KOEN GEENS DE WETSTRAAT REDDEN?  2/2/2020


Het is allemaal wat vreemd verlopen; het paleis zorgt altijd wel voor verrassingen. Eerst met de twee nieuwelingen Coens (CD&V) en Bouchez (MR) en nu met de meer ervaren Geens. Interessant, maar gaat het ook werken? Want het leek wel even paniek op het paleis...


Geens en Coens –de CD&V dus- blijven erbij dat de piste met de 2 grootste partijen N-VA en PS de hoogste voorkeur geniet met alle mogelijke varianten. Maar hoeveel opties zijn er nog en wat zijn de mogelijkheden?

Politiek is ook altijd rekenkunde: startpunt de zetelverdeling in de Kamer.


Vlaamse partijen                              Franstalige partijen

N-VA               24 *                                 PS                20 **

V.B.                    18                                    MR               14

CD&V               12                                    Ecolo           12

Open VLD       12                                    PTB                8

SP.A                   9                                    Cdh               5

Groen               9                                    Défi               2

PVDA                 4                                    TOTAAL       61

Onafhank.        1

TOTAAL          89


* Jean-Marie Dedecker (verkozen op N-VA lijst) zetelt als onafhankelijke (onzeker of hij N-VA steunt)

** wat met Emir Kir die uit de PS gezet is? (onzeker of hij PS steunt)


Een meerderheid aan Vlaamse kant is 45 zetels. Daar zijn minstens 3 partijen voor nodig en dan kan je naar hartenlust beginnen schuiven met N-VA als vaste pion.


N-VA + CD&V + Open VLD (huidige Vlaamse meerderheid).


N-VA + Open VLD + SP.A (Bourgondische coalitie Antwerpen) of N-VA + CD&V + SP.A.


N-VA kan altijd ofwel Open VLD ofwel CD&V inruilen voor SP.A of zelfs Groen.


Als we ervan uitgaan dat CD&V vastgeklonken zit aan N-VA is het risico het grootst voor Open VLD om uit de boot te vallen.


Daar moeten we dan de Franstalige verhoudingen tegenover zetten.


De PS ‘incontournable’ heeft altijd ofwel MR ofwel Ecolo nodig om een federale meerderheid te hebben. Ze zitten alle 3 samen in de Waalse regering.


Dan zijn er nog de zogeheten familiebanden:

  • De rode as SP.A/PS maar die is niet zo hecht.
  • De blauwe as Open VLD/MR waarvan MR zegt dat ze Open VLD niet zal lossen.
  • De groene as Groen/Ecolo onder het moto ‘samen uit, samen thuis’.


Bovendien zijn er nog veto’s, vooral aan Franstalige kant:


De PS heeft het moeilijk met N-VA en wil de Zweedse coalitie niet depanneren dus moet Open VLD eruit: N-VA + CD&V + SP.A + PS + MR. Dan moet MR Open VLD toch lossen en plaatst de PS Ecolo in de federale oppositie met fall-out in de Waalse regering. En belandt Open VLD in de federale oppositie, met fall-out in de Vlaamse regering.


Ecolo heeft een veto tegen N-VA; m.a.w. de groenen zetten zichzelf buitenspel.


Nog een mogelijkheid is het zogeheten ‘confederale model’, waarbij de twee meerderheden in de deelstaten samen een federale coalitie sluiten:

N-VA + Open VLD + CD&V + PS + MR + Ecolo of centrumrechts met centrumlinks.


Samengevat blijven er twee riskante pistes open met telkens N-VA en PS aan boord:


N-VA + CD&V + SP.A + PS + MR: daarvoor moet Geens MR zover krijgen om Open VLD te laten vallen en PS moet Ecolo laten vallen; dat zijn de offers aan Franstalige kant. Aan Vlaamse kant is het offer dat N-VA en CD&V hun coalitiepartner Open VLD laten vallen.


En de ‘confederale’ piste: daarvoor moet Geens Ecolo overtuigen haar veto tegen N-VA op te geven en zonder Groen mee te doen.


Zoals u terecht opmerkt hebben we het nog niet gehad over de ideologische tegenstellingen rond staatshervorming, sociaaleconomisch programma, ethische kwesties, migratie, begroting of klimaat om er maar enkele te noemen.


We zijn met politieke rekenkunde begonnen en we eindigen met de kwadratuur van de cirkel. Aan Koen Geens om dat vraagstuk op te lossen.


Marc Van de Looverbosch. 2/2/2020.